Ga naar inhoud

6.1 Hoe zoekmachines werken

Voordat je ook maar één zoekwoord optimaliseert, moet je begrijpen wat er onder de motorkap gebeurt. Google is geen toverdoos: het is een drietraps-machine die het web ophaalt, opslaat en sorteert. Snap je die drie stappen, dan snap je waarom een pagina niet rankt, waarom een nieuw product weken onzichtbaar blijft, en waar je je energie op moet richten. Dit hoofdstuk is het mentale model waar de hele module op staat.

Een zoekmachine doorloopt drie fases. Faalt een eerdere fase, dan doen de latere er niet toe.

Crawling. Google stuurt geautomatiseerde bots (de Googlebot) over het web. Ze volgen links van pagina naar pagina en downloaden de HTML. Een pagina waar geen enkele link naartoe wijst en die niet in je sitemap staat, wordt simpelweg niet gevonden. Crawlen kost Google middelen, dus elk domein krijgt een crawl budget: een ruwe limiet op hoeveel pagina’s de bot per periode ophaalt. Bij kleine webshops (minder dan een paar duizend pagina’s) is dat budget zelden een probleem; bij grote catalogi met duizenden gefilterde URL’s wel.

Indexering. Na het crawlen probeert Google de pagina te begrijpen: het rendert de pagina (inclusief JavaScript), leest de tekst, bekijkt afbeeldingen en structured data, en slaat een verwerkte versie op in de index. De index is een gigantische, omgekeerde database: voor elk woord houdt Google bij op welke pagina’s het voorkomt. Een pagina die wel gecrawld maar niet geïndexeerd is, kan nooit ranken. In Google Search Console zie je per pagina de status: “Geïndexeerd” of een reden waarom niet.

Ranking. Bij een zoekopdracht haalt Google in milliseconden alle pagina’s uit de index die relevant kunnen zijn, en sorteert ze met honderden signalen. De top tien verschijnt op pagina één. Ranking is relatief: je concurreert niet tegen een absolute norm, maar tegen de andere pagina’s die ook over dit zoekwoord gaan.

::: note[Onthoud de volgorde] Crawl → Index → Rank. Een nieuw product dat niet rankt, kan in elk van die drie fases vastzitten. Diagnose begint altijd bovenaan: kan Google de pagina bereiken? Staat hij in de index? Pas dan ga je over ranking nadenken. :::

Google gebruikt honderden signalen, maar je kunt ze terugbrengen tot vier hanteerbare categorieën. Optimaliseer je voor alle vier, dan dek je het overgrote deel af.

CategorieWat het meetWaar je het regelt
Relevantie / contentPast de pagina-inhoud bij de zoekopdracht? Behandelt hij het onderwerp grondig?On-page SEO, content (6.4, 6.5)
Autoriteit / linksHoeveel andere websites verwijzen naar jou, en hoe betrouwbaar zijn die?Linkbuilding (6.6)
Techniek / UXKan Google de pagina vlot lezen? Laadt hij snel, werkt hij op mobiel, is hij veilig?Technische SEO, Core Web Vitals (6.3, 3.7)
Intentie / tevredenheidKrijgt de zoeker wat hij zocht? Blijft hij of klikt hij meteen terug?Zoekintentie, paginatype, CRO (6.2, module 5)

Achter elke zoekopdracht zit een bedoeling. Google heeft jarenlang klikgedrag geanalyseerd en weet welk type pagina past bij welk type zoekopdracht. Zet je het verkeerde paginatype op een zoekwoord, dan rank je nooit — hoe goed je on-page ook is.

IntentieDe zoeker wil…VoorbeeldzoekopdrachtWelk paginatype rankt
InformatiefIets leren of begrijpen”hoe was ik merinowol”Blogartikel, gids
CommercieelVergelijken voor een aankoop”beste wandelsokken merino”Vergelijkingsartikel, koopgids, categorie
TransactioneelNu kopen”merino wandelsokken kopen”Categorie- of productpagina
NavigatieEen specifiek merk of site vinden”falke wandelsokken”Merk- of productpagina

Het praktische gevolg: een productpagina ranken op “hoe was ik merinowol” lukt bijna nooit, want Google wil daar een uitlegartikel tonen. Maar dat informatieve artikel kun je wél schrijven, en daarin linken naar je productpagina. Zo vang je de informatieve zoeker en stuur je hem door. Dit is de kern van de contentstrategie in 6.5.

De zoekresultatenpagina (SERP) is allang geen lijstje blauwe links meer. Voor e-commerce zijn deze features belangrijk omdat ze klikken wegtrekken of juist opleveren.

  • Shopping-resultaten (Google Shopping). Productkaartjes met foto, prijs en winkel bovenaan of rechts. Gevoed door een productfeed in Google Merchant Center, niet door klassieke SEO. Zie module 7 voor de betaalde kant; de gratis “Free listings” vereisen wel een correcte feed.
  • Featured snippet. Een uitgelicht antwoordblok bovenaan, getrokken uit één pagina. Vooral voor informatieve vragen (“hoeveel graden was je merinowol”). Te winnen door de vraag letterlijk en bondig te beantwoorden.
  • Reviews-sterren (rich result). De gele sterretjes onder een resultaat. Aangedreven door AggregateRating-schema (zie 6.3). Verhogen de doorklikratio aantoonbaar.
  • People Also Ask. Uitklapbare vervolgvragen. Een goudmijn voor zoekwoorden en contentideeën.
  • Lokale pack. Het kaartje met drie lokale bedrijven. Relevant als je een fysieke locatie of afhaalpunt hebt (zie 6.7).

Google ziet je webshop als een hiërarchie: homepage bovenaan, daaronder categorieën, daaronder producten, en daarnaast een blog. Autoriteit en relevantie “stromen” via interne links door die structuur heen. De homepage krijgt doorgaans de meeste externe links en is dus de sterkste pagina; via de navigatie geef je die kracht door aan categorieën en producten. Een product dat alleen via de zoekfunctie bereikbaar is en nergens gelinkt staat, krijgt vrijwel geen kracht en rankt slecht. Onthoud: interne links zijn niet alleen voor bezoekers, maar ook voor Google een kaart van wat belangrijk is.

Zo controleer je in een uur of Google je shop correct ziet — de nulmeting voor de rest van de module.

  1. Koppel Google Search Console (GSC). Verifieer je domein via DNS. Dit is gratis en de belangrijkste SEO-tool die er is. Zonder GSC werk je blind.

  2. Bekijk het indexeringsrapport. Ga naar Indexering → Pagina’s. Noteer hoeveel pagina’s geïndexeerd zijn versus niet-geïndexeerd, en lees de redenen bij de niet-geïndexeerde.

  3. Doe de site-test. Typ in Google site:jouwdomein.nl. Het ruwe aantal resultaten laat zien hoeveel pagina’s Google ongeveer in de index heeft. Wijkt dit sterk af van je echte aantal pagina’s, dan is er een crawl- of indexprobleem.

  4. Inspecteer een belangrijke pagina. Gebruik de URL-inspectietool in GSC op je best verkopende product. Staat er “URL is op Google”? Zo nee, lees de reden.

  5. Bepaal de intentie van je top-5 zoekwoorden. Typ ze in Google en kijk welk paginatype rankt: blogs of categorie/productpagina’s? Stem je pagina hierop af.

  6. Noteer je SERP-feature-kansen. Zie je People Also Ask, featured snippets of sterren bij concurrenten? Dat zijn directe kansen voor content en schema.

Stel: webshop in merino-outdoorkleding, net live, 80 producten. Na koppeling van GSC blijkt:

  • site: geeft 41 resultaten, terwijl de shop 80 producten plus 12 categorieën heeft (92 pagina’s verwacht).
  • Indexeringsrapport: 38 geïndexeerd, 54 niet-geïndexeerd, reden “Gecrawld, momenteel niet geïndexeerd” (een teken van dunne of dubbele content) en “Pagina met omleiding”.
  • URL-inspectie op het topproduct: “URL is op Google”, prima.

Diagnose: de helft van de catalogus is wel gecrawld maar niet de moeite waard geacht voor de index — bijna altijd door dunne content (de kale leverancierstekst staat op meerdere pagina’s) of dubbele varianten-URL’s. De oplossing zit niet in ranking maar in indexering: unieke productbeschrijvingen (6.4) en correcte canonicals voor varianten (6.3). Pas als die 54 pagina’s in de index staan, heeft ranking-optimalisatie zin.

SEO kent geen harde formule zoals marge, maar één rekensom is goud waard: de verwachte klikwaarde van een rankingdoel. Zo kies je waar je tijd in steekt.

Geschatte maandelijkse klikken = zoekvolume × verwachte CTR voor de positie

De doorklikratio (CTR) per positie is gemiddeld redelijk stabiel. Reken een voorbeeld: zoekwoord met 2.400 zoekopdrachten per maand, je mikt op positie 3.

Geschatte klikken = 2.400 × 0,10 = 240 klikken per maand, gratis en terugkerend.

Gemiddelde positieTypische CTRKlikken bij 2.400 volume/maand
Positie 128% tot 32%circa 720
Positie 215% tot 18%circa 396
Positie 39% tot 11%circa 240
Positie 55% tot 6%circa 132
Positie 8 tot 102% tot 3%circa 60
Pagina 2 (positie 11+)minder dan 1%bijna 0

De les: het verschil tussen positie 1 en positie 5 is geen factor 1,5 maar eerder factor 5. En pagina 2 telt nauwelijks mee. Richt je optimalisatie op zoekwoorden waar je realistisch in de top 5 kunt komen.

SignaalGoedZorgelijk
Indexeringsratio (geïndexeerd ÷ belangrijke pagina’s)meer dan 90%minder dan 70%
Tijd tot indexering nieuw productenkele dagen tot 2 wekenmeer dan 4 weken
Aandeel verkeer uit organisch (volwassen shop)25% tot 45%minder dan 10%
Klikwaardige posities (top 3) voor commerciële zoekwoordengroeiend per kwartaalal maanden vlak
ToolFunctieWanneer kiezen
Google Search ConsoleIndexering, posities, klikken, fouten — recht van de bronAltijd, voor elke shop. Gratis en onmisbaar.
Bing Webmaster ToolsZelfde voor Bing; bevat gratis keyword-dataAls aanvulling; Bing-aandeel in NL is klein maar gratis inzicht is meegenomen
Google Rich Results TestControleert of je structured data geldig isBij het opzetten of debuggen van schema (6.3)
Ahrefs of SemrushPosities, concurrenten, links, zoekvolumesVanaf serieuze inzet; betaald (vanaf circa 100 euro per maand)
Screaming Frog SEO SpiderCrawlt je site zoals Google en toont alle technische problemenBij technische audits; gratis tot 500 URL’s
  • Aannemen dat live staan gelijk is aan geïndexeerd. Een nieuwe shop kan weken onzichtbaar zijn. Controleer altijd in GSC, gok niet.
  • Optimaliseren voor ranking terwijl het probleem indexering is. Je verbetert title tags terwijl Google de pagina niet eens in de index heeft. Diagnose loopt van boven naar beneden: crawl, dan index, dan rank.
  • De verkeerde paginasoort op een zoekwoord zetten. Een productpagina op een informatief zoekwoord ranken lukt zelden. Match het paginatype aan de intentie.
  • Pagina 2 als doel zien. Onder positie 10 is er bijna geen verkeer. Mik op de top 5 of kies een makkelijker zoekwoord.
  • Denken dat SEO eenmalig is. Google herberekent continu en concurrenten bewegen. SEO is onderhoud, geen project met einddatum.